Afroeien

Binnen de groep instructeurs van MWC zijn er stemmen opgegaan om het afroeien helemaal af te schaffen en tot een meer geleidelijk oordeel te komen of iemand een bepaald roeiniveau heeft bereikt en klaar is voor een volgende stap in zijn/haar roeicarrière. Binnen MWC hebben wij toch gekozen voor het handhaven van het afroeien. Een belangrijk punt daarbij is dat geprobeerd wordt de druk van het afroeien zo beperkt mogelijk te laten zijn. Mensen willen gewoon lekker roeien. Toch is druk op een aantal momenten niet te voorkomen. Met name zaken die de veiligheid betreffen, zullen ook in een druksituatie door een roeier veilig en snel opgepakt en uitgevoerd moeten kunnen worden. Maar er zijn ook manieren om de druk deels weg te kunnen nemen, bijvoorbeeld door een andere instructeur of beoordelaar al in een eerdere lessituatie mee te laten kijken en feedback te laten geven.

Het is verstandig om het afroeien op een uniforme manier uit te voeren. Om die reden is er voor gekozen om een aparte groep “beoordelaars” in het leven te roepen die samen met de instructeurs tot een oordeel komen.

Een roeier wordt door de instructeur voorgedragen om af te roeien. Dat betekent dat de instructeur van mening is dat de betreffende roeier goed genoeg roeit om voor het betreffende brevet af te roeien. Hij/zij geeft daarmee dan ook een zwaarwegend advies af. Natuurlijk kan het oordeel van de beoordelaars in een afroeisessie zijn dat de betrokkene toch niet voldoet aan de criteria die zijn aangelegd. In zo’n situatie is het belangrijk dat examinatoren en instructeur een oplossing vinden die aan beider oordeel recht doet. Voor de instructeurs betekent dit dat echt goed beoordeeld moet worden of mensen er klaar voor zijn om voor een brevet af te roeien. Van de beoordelaars wordt verwacht dat zij alle informatie over een kandidaat in hun oordeel hebben meegewogen en de feedback op zo’n manier geven dat de kandidaat er iets aan heeft. In ieder geval moet het plezier in het roeien behouden blijven.

Eisen aan de verschillende brevetten 

Binnen MWC wordt een onderscheid gemaakt tussen instructie –meer op de veiligheid van roeier en materiaal gericht – en coaching – meer gericht op optimaliseren en perfectioneren van de roeitechniek. Deze nota betreft de instructie en slechts in beperkte mate coaching. In overleg tussen de instructeurs en de examinatoren zijn ook de eisen voor de verschillende brevetten scherper geformuleerd. Dat betreft niet alleen de eisen zelf, maar ook de manier waarop de prestaties tijdens het afroeien voor de verschillende brevetten worden beoordeeld. De roei haal is in principe voor een C-roeier hetzelfde als voor een A-roeier en toch worden onvolkomenheden in het roeibeeld van een C-roeier anders beoordeeld dan bij een A-roeier.

Als uitgangspunt voor de instructie bij MWC wordt de Nederlandse roeihaal gehanteerd, die door de KNRB wordt aanbevolen. De veiligheidseisen voor het materiaal en voor de roeier zelf zijn bij de verschillende brevetten hetzelfde en toch wordt in de praktijk een beginnende roeier anders beoordeeld dan een ervaren roeier. Deze eisen en de uitwerking bij de verschillende brevetten zijn in een bijlage bij deze nota vastgelegd (bijlage: eisen voor de verschillende brevetten). Uitgangspunt bij de beoordeling tijdens het afroeien is dat de roeier op een veilige manier roeit, zowel voor zichzelf als voor het materiaal waarin geroeid wordt. Natuurlijk maakt de roeitechniek ook deel uit van de beoordeling, roeit hij/zij veilig en kan hij/zij roeien in teamverband. 

Er zijn voor ieder brevet afroei-beoordelingslijsten opgesteld, die als bijlagen zijn opgenomen.

Hieronder het totale beleidsplan opgedeeld in alinea’s (incl huidige):

Bestanden Beleidsplan instructie: