Bijlage 1 

Achtergronden bij de eisen voor de verschillende brevetten

C:
Basisniveau hebben waarbij de roeier ervan blijk geeft voldoende kennis en vaardigheid te hebben om veilig voor zichzelf, voor mederoeiers en voor het gebruikte materiaal en zonder te grote hinder voor de mederoeiers o.l.v. een bevoegde stuurman/vrouw in een C-boot te kunnen mee roeien. Bovendien geeft de roeier er blijk van tijdens de instructie te hebben begrepen wat een goede roeitechniek is en kan deze zonder al te grote afwijkingen toepassen. 

Stuur:
De roeier geeft er blijk van in een theoretische toetsing de Veiligheidsregels, algemene vaarregels (BPR, binnenvaartpolitiereglement), specifieke afspraken / gedragsregels van MWC, te kennen.

Bij de praktische toetsing geeft de roeier er blijk van behandeling van het materiaal en de roeicommando’s te kennen en commando’s correct en vlot te gebruiken; de boot en roeiers veilig, en volgens de geldende regels,  over de druk bevaren Maas te kunnen sturen zonder aarzelingen en anticiperend op de omstandigheden, dit met overwicht op de bemanning.

Veiligheid en schadevrij roeien (waaronder aanleggen) zijn een eerste vereiste. Weten wat er om hem/haar heen zich op het water afspeelt is hiertoe een must (dus veelvuldig omkijken).

Gezien de risico’s die verbonden zijn aan het varen op onze drukke rivier kan weinig water in de wijn worden gedaan bij het beoordelen van deze kennis, blijken van inzicht en vaardigheden.

B respectievelijk A:

De roeier geeft er blijk van het roeien in een C1 respectievelijk skiff  te beheersen onder de omstandigheden waarin volgens het MWC-reglement geroeid mag worden. De roeier  houdt zich aan de geldende (vaar)regels.

Veiligheid en schadevrij handelen en roeien, voor zichzelf  en het materiaal, staat voorop.

De roeier dient steeds te weten wat er om hem/haar heen zich op de wal en het water afspeelt (dus veelvuldig zicht op de omgeving hebben is een must) zodat hij/zij bijtijds kan anticiperen op de omstandigheden.

Beheersing van de boot met behoud van balans blijkt uit manoeuvres en roeitechniek.

Algemeen:

Ter beoordeling van het niveau wordt er afgeroeid en worden door de beoordelaars aan het niveau aangepaste beoordelingslijsten gebruikt.

Ten behoeve van de beoordelaars staan op die lijsten puntenwaarderingen. Deze kunnen voor de beoordelaars een hulpmiddel zijn, doch deze behoeven niet altijd gebruikt te worden.

Hieronder het totale beleidsplan opgedeeld in alinea’s (incl huidige):

Bestanden Beleidsplan instructie: